Hoofdafbeelding
 

Carbon-Based Engineering in de praktijk

30-10-2025

"40% van de CO2-uitstoot wereldwijd komt door het verbruik van grondstoffen in de bouwsector. We kunnen eigenlijk gewoon zo niet doorgaan." Aldus architect Lucien Hamerpagt.

Dit artikel is gebaseerd op onze podcastserie 'Carbon-Based Engineering', waarin we diepgaand in gesprek gaan over duurzaamheid in de bouw. Luister de volledige serie op Spotify of bekijk de video's op YouTube.

In de wereld van bouwkundigen staat een revolutie voor de deur. Terwijl we dagelijks worstelen met praktische uitdagingen van constructies, materialen en detailleringen, dwingt de klimaatcrisis ons om fundamenteel anders te denken. In onze podcastserie 'Carbon-Based Engineering' duiken we in de vraag: hoe kunnen we als bouwkundigen het verschil maken?

Duurzaamheid vanaf de start

Het begint met een radicale omslag in denken. Duurzaamheid is geen extra feature, geen latere toevoeging, maar een integraal onderdeel van elk bouwkundig vraagstuk. Marc Mulder, onze Lead Engineer Duurzaamheid, benadrukt: "Als je duurzaamheid niet meeneemt vanaf het begin, kom je te laat in het ontwerpproces en lukt het niet meer om die echt goede integrale oplossing te maken."

Praktisch betekent dit: aan tafel zitten bij de eerste schetsen, meedenken over oriëntatie, volumetrische verhoudingen, en materialisatie lang voordat we in de detailleringsfase zitten.

Wanneer detaillering alles verandert

Bij biobased materialen (materialen van natuurlijke oorsprong zoals hout, vlas, of hennep) wordt bouwkundige detaillering crucialer dan ooit. "Detaillering is altijd belangrijk, maar bij deze nieuwe natuurlijke materialen is extra aandacht nodig," aldus Marc. "Ze gedragen zich anders dan traditionele materialen zoals beton of staal, waardoor we opnieuw moeten nadenken over hoe we gebouwen in elkaar zetten."

Denk aan:

  • Andere principes voor vocht- en luchtdichting: Hout en andere natuurlijke materialen reageren anders op vocht en kunnen ademend zijn, wat een andere verwerking vereist.
  • Slimme verbindingen: Ontwerpen die ervoor zorgen dat het gebouw later gemakkelijk uit elkaar kan worden gehaald voor hergebruik
  • Natuurlijk materiaalgedrag: Rekening houden met hoe materialen zich gedragen in de tijd (zwelling in vochtige periodes, krimp in droge periodes, natuurlijke veroudering)

De meetbare impact van Carbon-Based Engineering

Voor wie dagelijks met bouwmaterialen werkt, is kennis van milieu-impact berekeningen essentieel geworden. Maar wat betekenen al die afkortingen?

  1. MPG-scores: De Milieuprestatie Gebouwen score is een wettelijk verplichte berekening die de milieubelasting van materialen meet. Simpel gezegd: hoe lager deze score, hoe duurzamer het gebouw. Het probleem? "De database is nog incompleet," legt Marc uit. "Niet alle innovatieve materialen staan erin, waardoor ze niet altijd eerlijk worden beoordeeld."
  2. Paris Proof Indicator: Deze methode meet specifiek hoeveel kilogram CO2 per vierkante meter gebouw wordt uitgestoten. Het is een directere manier om te meten of een gebouw bijdraagt aan de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord.
  3. LCA-analyses: Een LevensCyclusAnalyse brengt de volledige milieubelasting in kaart. Van grondstofwinning tot afvalverwerking. "Wanneer we met nieuwe materialen werken die nog niet in de officiële databases staan, is zo'n analyse cruciaal om toch hun duurzaamheid aan te tonen," vertelt Marc.

Een interessant voorbeeld: "Schapenwol scoort verrassend laag in de MPG-berekeningen," merkt Marc op, "omdat de rekenmethode niet goed overweg kan met het feit dat schapen landgebruik vereisen en het tijd kost voordat je wol hebt. Terwijl het in werkelijkheid een volledig natuurlijk en circulair materiaal is."

Kansen voor bouwkundigen

Waar liggen de quick wins voor bestaande ontwerpen?

Isolatie: "Het vervangen van traditionele isolatie door biobased alternatieven is relatief eenvoudig," legt Marc uit. "Omdat isolatie verborgen zit in de constructie, verandert het uiterlijk van het gebouw niet. En technisch gezien kun je vaak één-op-één vervangen zonder grote aanpassingen aan het ontwerp."

Constructieve keuzes: Traditionele constructiematerialen zoals beton en staal hebben een hoge CO2-uitstoot. Hout kan een duurzaam alternatief zijn, maar vereist wel aandacht voor de constructieve eigenschappen. Een houten constructie heeft andere dimensies nodig om dezelfde overspanning te realiseren als staal of beton, maar kan met de juiste engineering een volwaardig alternatief zijn.

Gevelmaterialisatie: Voor bestaande ontwerpen met baksteengevels zijn steenstrips een interessante optie. Deze dunne laag baksteen gebruikt aanzienlijk minder materiaal, maar behoudt wel de uitstraling van een traditionele baksteengevel. De bevestigingstechniek verschilt, maar het eindresultaat is voor het oog vrijwel identiek.

Van drempel naar doorbraak

De grootste uitdaging? "Veel aannemers willen graag blijven bij het materiaal dat ze kennen," legt Marc uit. "Dat is goedkoper voor hen omdat ze grote hoeveelheden kunnen inslaan. Het is een stukje onwennigheid en het nieuwe, dat ze even die brug, die drempel over moeten."

De bouwkundige is bij uitstek gepositioneerd om deze drempel te helpen overbruggen. Door gedetailleerde kennis aan te dragen, door complexiteit te reduceren, en door praktische oplossingen aan te reiken.

Elke stap telt

Het mooiste inzicht uit onze podcastserie? Je hoeft niet in één keer te transformeren. Begin klein, met één component, één keuze, één project. Zoals Marc benadrukt: "Het hoeft niet allemaal gelijk heel groot. Als je zegt, ik pas alleen het isolatiemateriaal aan, dat is al één stap de goede richting op."

Voor ons bouwkundigen betekent dit: elke dag, elk detail, elke materiaalspecificatie is een kans om impact te maken.